decentrale organisatie verbeteren software

Een decentrale organisatie bestaat doorgaans uit kleine, zelfstandige eilandjes. Hoe kun je dan gezamenlijk verbeteren? 5 Tips!

Een decentrale organisatie

Een organisatie met veel autonome, lokaalgestuurde onderdelen kent een bottom-up managementstructuur. De werkvloer is leidend in dit model. Werknemers en teams hebben een grote eigen verantwoordelijkheid en beslissingsbevoegdheid. De directie werkt in het verlengde van de medewerkers, rond de vraag: “Hoe vinden jullie dat we het moeten aanpakken?”

Bottom-up management is tegenwoordig een populaire managementstructuur, omdat het de continuïteit, innovatie en het bedrijfsresultaat kan verbeteren. De top-down organisatie, waarin het management de plannen en doelen mededeelt aan de medewerkers, verliest aan populariteit.

De decentrale organisatie, met bottom-up management als managementstructuur, kent voors en tegens. 

Voordelen:

  • medewerkers zijn betrokken, zelfredzaam en creatief
  • er is groot draagvlak op de werkvloer

Nadelen:

  • er ontstaat wildgroei van plannen, ieder kiest zijn eigen weg
  • de ontwikkeling van de eilandjes strookt niet met de ideeën van het management

Gezamenlijk verbeteren

Wanneer je een verbetertraject opstart, is het onmogelijk puur top-down of enkel bottom-up te werken. Om werkelijk een gezamenlijk resultaat te behalen moet er een samenwerking en balans zijn tussen directie en werkvloer. Om in een bottom-up situatie te verbeteren, is het dan ook essentieel om de bovenkant van de organisatie goed in te richten en ervoor te zorgen dat de gezamenlijke bedrijfsdoelen worden behaald in plaats van individuele.

Een goed verbetertraject wordt gestart in een samenwerking tussen directie en werkvloer.

5 Tips bij bottom up verbeteren 

Om als management een decentrale organisatie te ondersteunen in het verbeterproces geven wij de volgende tips:

  1. Stel heldere bedrijfsdoelen op.
  2. Vertaal de bedrijfsdoelen naar doelen op de eigen afdeling.
  3. Zet verbeterinitiatieven uit.
  4. Maak een prioriteitenmatrix waarin duidelijk is te zien welk initiatief eerst behandeld moet worden.
  5. Stel KPI’s (Key Performance Indicators) op, waarmee je het succes of de voortgang van je verbetering kunt meten.

Wees transparant naar de werknemers, wat het nut is van deze top-down benadering en een gezamenlijk verbeterdoel. Tegelijkertijd houd je de autonome kracht van de organisatie en medewerkers zo veel mogelijk in ere.

Consultant Fred Waij vertelt in dit interview hoe belangrijk een transparante positieve boodschap in het begin van het verbetertraject is.